RAMRAJ – HET RIJK VAN RAM

01a De voorstelling Rāmrāj- Het Rijk van Rām is een tweehonderd minuten durende voorstelling die gerust zeer bijzonder genoemd mag worden. Een speciaal ontworpen draaidecor, prachtige kostuums, unieke muziek die zelf is gecomponeerd en opgenomen, kortom, de hele opzet heeft iets teweeg gebracht bij velen die dit theaterstuk hebben gezien. Na elke voorstelling kreeg de cast een staande ovatie, zelfs in de Utrechtse schouwburg was het overwegend blanke publiek er bijzonder over te spreken. Regie/decor/muziek/recording: Ramdew Krishna

Spel:

Jwala Kewaldar, Kavita Ayodhiyasing, Dinesh Sewgobind, Soedish Thakoersingh, Mahender Thakoersingh, Narish Malaha, Naseem Santoe, Anand Mangroe, Winand Behari, Sandra Singh, Razia Santoe, Mike Thakoersingh, Brahma Dalloesingh, Suraj Kataria, Anjalee Kataria, Varsha Diyal, Beant Singh, Rajni Singh, Mirella Thakoersingh, Kamla Thakoersingh, Maya Badal, Priya Badal, Ramdew Krishna e.v.a.
  • Toneelmeester: Winston Straker
  • Vertaald door: Ramdew Krishna
  • Lichtkrant: Adjay Narain
  • Coördinator/PR/geluid: Koshnath Ramdjas
  • Vocalen: Nisha Krishna, Naseem Santoe, Paul Baitalie, Ramdew Krishna, Indra Ramcharan & Aruna Autar

Korte inhoud van de Ramayan

God had de mensen beloofd dat telkens als de aarde dreigde overspoeld te raken door kwade krachten, hij zou incarneren om deze te verdelgen. Duizenden jaren geleden kreeg het kwade in de persoon van de demonenkoning Ravan zoveel krachten, dat hij overmoedig werd en dacht machtiger te zijn dan de Schepper zelf. Moeder aarde, Prithvi, en de goede mensen zuchtten onder zijn tirannie. Toen ging een afvaardiging van onderdrukten naar Shri Vishnu en diens gemalin Shri Lakshmi (het preserverend aspect van de Hindoe-drie-eenheid) om hulp en hem te herinneren aan de oude belofte. Vishnu beloofde dat hij zou komen op aarde als de oudste zoon van de edele koning Dashrath van Ayodhiya. Op een mooie dag kreeg de koning vier zonen van zijn drie vrouwen: Zijn oudste koningin Kaushalya schonk hem Ram, de mooiste koningin Kaikayi Bharat en de derde koningin Sumitra de tweeling Lakshman en Shatrughan. Het koninklijk gezin leefde in vrede en harmonie en de wijze koning zorgde dat zijn onderdanen niets te kort kwamen. Op zekere dag kwam een grote wijsgeer Vishwamitra naar het paleis die de koning vroeg om Ram en Lakshman met hem mee te sturen om de demonenleidster Taraka te vernietigen. Zij en haar zonen maakten Vishwamitra en zijn discipelen het brengen van offers onmogelijk. Steeds verstoorden ze de vuuroffers en als ze de kans kregen, werden zijn leerlingen zelfs opgegeten. Ram en Lakshman deden wat Vishwamitra wilde en Taraka en haar trawanten werden vernietigd. Vishwamitra bracht de twee jonge prinsen naar Mithila, het rijk van koning Janak. Daar werd er een svayamvar gehouden. Dit betekent dat de prinses, in dit geval de beeldschone Sita, uit een groot aantal koningen en prinsen haar echtgenoot zou kiezen. Uiteindelijk werd Ram de gelukkige. Dashrath voelde zich oud worden en op advies van de hofgoeroe Vashishth besloot hij dat het tijd werd zijn oudste zoon Ram te benoemen tot zijn opvolger. Ram had alle goede eigenschappen die nodig waren om een geschikte koning te worden: edelmoedig, bekwaam, rechtvaardig, barmhartig, liefdevol, sterk etc. Toen dit nieuws uitlekte, begon het hele volk spontaan feest te vieren. Iedereen was blij, behalve een bediende van de mooie koningin Kaikayi, Manthara. Deze zorgde er voor dat dit feestje niet doorging en dat Ram geen kroonprins werd. Op advies van de bediende maakte koningin Kaikayi misbruik van een oude gelofte van de koning: zij mocht hem twee wensen doen. In het geslacht Raghu van koning Dashrath gold: “Raghukul reet sada chali aayi, pran jaayi par vachan na jaayi”, wat betekent: Al kost het jou het leven, je gelofte zul je altijd inlossen. De onschuldige Ram kreeg daarnaast als straf veertien jaar verbanning naar de oerwouden. Hoewel zij die onrechtvaardige straf niet had opgelegd gekregen, besloot ook Sita mee te gaan met haar man. Ook de trouwe Lakshman, Ram’s jongere broer, wilde niet van de zijde van zijn geliefde broer wijken. Het drietal vertrok tot groot verdriet van heel het volk, de oerwouden in. Ram deed dat zonder enige vorm van verdriet of wrok, integendeel, hij beschouwde het als een privilege om iets te mogen terugdoen voor zijn ouders, dus ook voor Kaikayi. Helaas overleefde de koning de scheiding van zijn oogappel niet. Het drietal maakte veel leuke en minder leuke dingen mee in het oerwoud. Op een kwade dag echter werd Sita ontvoerd door de demonenkoning Ravan, die verliefd was geworden op haar. Ram werd buiten zichzelf van verdriet en zocht radeloos naar zijn geliefde. Hij ontmoette de apenkoning Sugriv en diens minister Hanuman, die beloofden hem te helpen Sita te vinden. De zoektocht leidde naar het eiland Lanka, waar het gouden rijk lag van Ravan. Ram liet via zijn bondgenoten, Sugriv, Hanuman en het apenleger, Ravan weten dat die Sita moest teruggeven. Alle pogingen die Ram ondernam om tot een vreedzame oplossing te komen, werden door de arrogante Ravan afgewezen. Zelfs diens jongere broer Vibhishan kon het onrecht niet meer aanzien en sloot zich aan bij de krachten die streden in dienst van de “dharma”, het recht. Na een korte maar hevige strijd werd de demonenkoning verslagen en Sita bevrijd. De veertien jaar verbanning waren voorbij en het drietal keerde terug naar Ayodhiya, vergezeld door hun strijdmakkers. Daar stichtte de edele Ram de ideale maatschappij: Ramraj.

Deel dit bericht